Mijn recensie: Tachtig dagen in de kelder van Dutroux
‘Ik ben een van de weinigen die het geluk hebben gehad te ontsnappen aan een dergelijke moordenaar. Het vertellen van dit verhaal is voor mij een noodzaak en als ik al de moed heb om deze hellegang te reconstrueren, dan is het vooral opdat rechters geen pedofielen meer vrijlaten halverwege hun gevangenisstraf wegens ‘goed gedrag’.
Sabine Dardenne is twaalf jaar oud als ze door Marc Dutroux en zijn handlanger van haar fiets wordt gesleurd, in een busje wordt gedrogeerd en naar een onbekend huis wordt gebracht. Na een paar dagen wordt Sabine naar een kelder overgebracht, waar ze in de tijd die volgt steeds weer wordt lastiggevallen door Dutroux. Aan het eind van haar gevangenschap krijgt ze gezelschap van Laetitia Delhez en enkele dagen later worden de meisjes door de politie bevrijd.
‘Ik was twaalf en fietste naar school’ is een buitengewone getuigenis van een ongekend sterke jonge vrouw die tachtig dagen doorbracht in gevangenschap voordat zij van de dood werd gered.
Het boek is een rauw, eerlijk en indrukwekkend getuigenis van een twaalfjarig meisje dat overleeft in de handen van een van de meest beruchte criminelen van België. Het is geen thriller, maar een menselijke schreeuw om gehoord te worden en juist daardoor komt het keihard binnen.
Sabine Dardenne schrijft vanuit het perspectief van haar twaalfjarige zelf. Dat maakt het verhaal ongefilterd en pijnlijk direct. Ze beschrijft haar ontvoering door Marc Dutroux zonder literaire opsmuk, maar met een bijna klinische eerlijkheid. Juist die eenvoud maakt het zo krachtig, je leest geen reconstructie, maar een ervaring. Wat opvalt is haar mentale veerkracht. Ze blijft vragen stellen, blijft nadenken, blijft plannen. Niet omdat ze een heldin wil zijn, maar omdat ze simpelweg wil blijven bestaan. Het boek toont hoe een kind in extreme omstandigheden toch manieren vindt om grip te houden op de werkelijkheid. Naast haar persoonlijke verhaal is het boek ook een scherpe spiegel voor de Belgische justitie en politie. Sabine Dardenne laat zien hoe slachtoffers soms opnieuw slachtoffer worden door ongeloof, bureaucratie en fouten. Het is geen politiek pamflet, maar de feiten spreken voor zich.
Het boek laat je achter met een mengeling van woede, bewondering en ontzag. Woede om wat haar is aangedaan, bewondering voor haar overlevingskracht, en ontzag voor de manier waarop ze haar verhaal deelt zonder zichzelf te verliezen in bitterheid.
Het is geen gemakkelijk boek, maar wel een noodzakelijk boek. Het herinnert eraan dat achter elke krantenkop een mens schuilgaat en dat sommige stemmen simpelweg gehoord moeten worden.
